18.9.2 Splitsing van scheidbaar samengestelde werkwoorden
Scheidbaar samengestelde werkwoorden, zoals
oprukken,
terugnemen,
terechtkomen,
doodschieten en
lesgeven in (1a-1e), bestaan
uit een niet-werkwoordelijk en een werkwoordelijk gedeelte. De werkwoorden heten
scheidbaar samengesteld omdat het niet-werkwoordelijke deel niet altijd vlak
vóór het werkwoordelijke gedeelte staat (in dit geval wordt het samen met dat
werkwoord als één woord geschreven) maar er ook los van kan komen (in dit
laatste geval spreken we van splitsing).
Paragraaf 9.6.4 gaat uitvoerig in op de plaatsing van het
eerste deel van scheidbaar samengestelde werkwoorden wanneer het de vorm
van een adpositie heeft.
Bij afsplitsing komt het eerste deel van een scheidbaar samengesteld
werkwoord vlak vóór de werkwoordelijke eindgroep terecht, zoals in (1a-1e).Daarnaast kan het eerste deel ook vlak vóór het hoofdwerkwoord in de werkwoordelijke eindgroep voorkomen (2a-2e). Dit is de meeste gewone volgordevariant.
Over het al dan niet splitsen van een scheidbaar werkwoord kan het volgende opgemerkt worden.
Geen van beide varianten is beter dan de andere, maar er zijn wel verschillen in
het gebruik. In het algemeen wordt vaker niet-splitsing dan splitsing gebruikt.
Splitsing komt meer voor in gesproken dan in geschreven taal. Verder tekent er
zich een geografisch bepaald verschil af: in Nederland wordt eerder splitsing
gebruikt dan in België. Afgezien van dit alles kunnen ook de vorm van het
zelfstandig werkwoord evenals de omvang van de eindgroep een rol spelen bij de
voorkeur voor wel of niet splitsen. Een infinitief (2a-2c) wordt in het algemeen
gemakkelijker gesplitst dan een deelwoord (2d-2e). Splitsing lijkt vlugger voor
te komen als het eerste deel een (voorzetsel)bijwoord (2a-2c) of een substantief
(2e) is dan wanneer het een adjectief is (2d). Vooral bij min of meer vaste
samenstellingen is de neiging tot splitsing minder groot. Wat de omvang van de
eindgroep betreft lijkt splitsing eerder bij meerledige (2c) dan bij tweeledige
eindgroepen voor te komen, al is hier meer onderzoek naar nodig.
Schijnbare of echte doorbreking?
Verdieping
Schijnbare of echte doorbreking?
In de neerlandistiek heerste er een levendig debat over de vraag of scheidbaar samengestelde
werkwoorden als een woord of een woordgroep beschouwd moeten worden. Het
antwoord op die vraag bepaalt of de plaatsing van het scheidbare element
in de tweede pool een geval is van schijnbare of echte doorbreking. We
verwijzen naar Booij (2010: 5) voor een analyse van scheidbaar
samengestelde werkwoorden in het kader van de constructiegrammatica en
de SoD (2015: 7.4.II) voor een generatief perspectief.
Literatuur
De Cubber 1973, Hoekstra et al. 1987, Haeseryn 1990, Neeleman & Weerman 1992, Vanden Wyngaerd
1994, Neeleman 1994, Van Riemsdijk 1995, Vandeweghe 1995, Van Marle 2000, Booij
2002, 2010, 2012, Blom & Booij 2003, Blom 2005, Mertens 2007, Bennis 1992,
2009, Van Gerrevink & De Hoop 2009, Cappelle 2012, Van Usen et al. 2012,
Augustinus & Van Eynde 2014, Augustinus 2015, Hendriks 2014, Dros-Hendriks
2018
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 20.6,/data/archief/ans2/e-ans/20/06/body.html; |
