18.2.0 Hoofdwerkwoord en groepsvormende werkwoorden
Een werkwoordgroep bestaat uit een hoofdwerkwoord en een of meer groepsvormende
werkwoorden. In de voorbeelden in (1) staat de werkwoordgroep steeds
schuingedrukt, met het hoofdwerkwoord in het vet.
Omdat dit hoofdzinnen zijn, staan niet alle werkwoorden in de
werkwoordgroep bij elkaar: het vervoegde werkwoord staat al eerder in de
zin, namelijk in de eerste pool, en de rest van de werkwoordgroep meer
aan het eind, namelijk in de tweede pool. In een bijzin staat de
werkwoordgroep wel aaneengesloten aan het eind van de zin.
De werkwoordgroep in (1a) bestaat uit twee werkwoorden: het hoofdwerkwoord
geworden en het
groepsvormende werkwoord heeft. De
werkwoordgroep in (1b) bestaat uit drie werkwoorden: het hoofdwerkwoord
lezen en de groepsvormende
werkwoorden wil en
gaan. De werkwoordgroep in
(1c) ten slotte bestaat uit vier werkwoorden: het hoofdwerkwoord
verslaan en de
groepsvormende werkwoorden zou,
moeten en
kunnen.
Hieronder gaan we in op de verschillen tussen hoofdwerkwoorden en groepsvormende
werkwoorden. Let wel dat alle groepsvormende werkwoorden ook gebruikt kunnen
worden als hoofdwerkwoord. Het is hun gebruik dat hun classificering
bepaalt.
*** Vooruitwijzen naar 'Groepsvormende werkwoorden: typische betekenissen' en
'Logisch onderwerp van het hoofdwerkwoord' ***
Verder lezen
Hoofdwerkwoord
Een hoofdwerkwoord is een zelfstandig werkwoord, zoals
lezen in (1b) en
verslaan in (1c), of een
koppelwerkwoord, zoals geworden in
(1a).Paragraaf 2.2.2 wijst op een aantal verschillen tussen koppelwerkwoorden
en zelfstandige werkwoorden. Voor de analyse van de interne structuur van de
werkwoordgroep spelen die verschillen echter geen fundamentele rol. We
gebruiken daarom in dit hoofdstuk de term
hoofdwerkwoord als paraplubegrip voor zelfstandige
werkwoorden en koppelwerkwoorden. Zelfstandige werkwoorden hebben
meestal een rijke betekenis: ze beschrijven een gebeurtenis, een handeling of
een toestand. Daarin zijn vaak één of meer ‘rollen’ te vervullen. Voor de
handeling lezen (zie 1b)
bijvoorbeeld zijn er twee rollen te vervullen: er moet iemand zijn die leest en
iets dat gelezen wordt. In een actieve zin wordt de lezer door het onderwerp
uitgedrukt (ik) en het gelezene door
het direct object (minstens één
roman).
De categorie met zelfstandige werkwoorden is bijzonder groot en kan door woordvormingsprocessen of ontlening steeds verder worden aangevuld met nieuwe leden.
Het hoofdwerkwoord kan het enige werkwoord in de zin zijn, zoals de voorbeelden
in (2) laten zien. Het zijn de voorbeelden uit (1), maar dan zonder de
groepsvormende werkwoorden. Als het hoofdwerkwoord het enige werkwoord in de zin
is, is het de persoonsvorm: het congrueert met het onderwerp en staat in de
tegenwoordige of verleden tijd.
Groepsvormende werkwoorden
Groepsvormende werkwoorden vormen een betrekkelijk kleine categorie van slechts
enkele tientallen werkwoorden. Hieraan kunnen maar mondjesmaat nieuwe leden
toegevoegd worden, als gevolg van grammaticalisatie.
Let wel dat alle groepsvormende werkwoorden ook gebruikt kunnen worden
als hoofdwerkwoord. Het is hun gebruik dat hun classificering
bepaalt.
Groepsvormende werkwoorden drukken weinig betekenis uit op zichzelf maar hebben
vooral een grammaticale functie. Ze voegen meer bepaald op verschillende
manieren iets toe aan de betekenis van het hoofdwerkwoord en (een deel van) de
zin, vaak op het gebied van tijd, aspect, modaliteit en/of evidentialiteit
(TAME):
Zo specificeert heeft in (3a) dat het
in het verleden drie dagen geregend heeft, drukt
ga in (3b) dat het de intentie is
van de spreker om minstens één boek in de maand te lezen en geeft
kan in (3c) aan dat de tennisspeler in staat
is om zijn tegenstander in vier sets te verslaan.
Groepsvormende werkwoorden en hulpwerkwoorden
Verdieping
Groepsvormende werkwoorden en hulpwerkwoorden
Groepsvormende werkwoorden overlappen tot op zeker hoogte met wat in de
traditionele literatuur bekend staat als
hulpwerkwoorden. In paragraaf 18.3.3 wordt getoond dat we groepsvormende werkwoorden op
een graduele manier kunnen classificeren op basis van enkele kenmerken.
De groepsvormende werkwoorden die veel van die kenmerken met elkaar
delen worden traditioneel hulpwerkwoorden genoemd. Daarnaast zijn er ook
groepsvormende werkwoorden die minder van die kenmerken vertonen. Op die
manier vormen hulpwerkwoorden een deelverzameling van groepsvormende
werkwoorden. De precieze grenzen van die deelverzameling zijn echter
moeilijk te trekken.
Een groepsvormend werkwoord kan niet het enige werkwoord in de zin zijn: het
heeft een werkwoordelijke aanvulling nodig. In de meeste gevallen heeft het
alleen een hoofdwerkwoord als zijn aanvulling, zoals in (3a-3c). De vorm van het
hoofdwerkwoord wordt bepaald door het groepsvormend werkwoord. We zeggen dat het
groepsvormend werkwoord de vorm van het hoofdwerkwoord
selecteert. In (3a) bepaalt
hebben dat
geregend een voltooid
deelwoord moet zijn, in (3b) selecteert
ga de (korte) infinitief
lezen, en in (3c) selecteert
kan de (korte) infinitief
verslaan. Het groepsvormend
werkwoord zelf is vervoegd in de tweeledige werkwoordgroep.
Beperkt gebruik van de term selecteren
Verdieping
Beperkt gebruik van de term selecteren
We gebruiken de term selecteren bij groepsvormende
werkwoorden enkel om te verwijzen naar de morfologische
selectierestricties die een bepaald groepsvormend werkwoord oplegt aan
het hiërarchisch lagere werkwoord (zie Figuur 1). We blijven op de vlakte over de vraag of
groepsvormende werkwoorden ook syntactisch selecteren, of anders gezegd,
of ze een eigen argumentstructuur hebben. Om deze vraag bevredigend te
kunnen beantwoorden is een bredere analyse nodig waarbij de
groepsvormende werkwoorden in verband gebracht worden met
hoofdwerkwoorden die een beknopte bijzin selecteren – iets wat buiten
het bestek van dit hoofdstuk valt. Er is bovendien ook geen consensus in
de literatuur over welke groepsvormende werkwoorden al dan niet een
eigen argumentstructuur hebben. We verwijzen naar Vandeweghe (2000:
33-34), Klooster (2001: 6.3.1) en de SoD (2015: 4) voor een
overzichtelijke discussie van dit bredere perspectief vanuit
verschillende theoretische invalshoeken.
De werkwoordelijke aanvulling van een groepsvormend werkwoord kan ook
uitgebreider zijn, namelijk een combinatie van een of meer groepsvormende
werkwoorden en een hoofdwerkwoord. In (4a) heeft het groepsvormende werkwoord
moet de combinatie
kunnen verslaan als
aanvulling. En in (4b) heeft het groepsvormende
zou de combinatie
moeten kunnen verslaan als
aanvulling.
Hoofdwerkwoord of groepsvormend werkwoord?
Alle groepsvormende werkwoorden komen ook voor als hoofdwerkwoord. Het is hun
gebruik dat hun classificering bepaalt. We geven hier een paar voorbeelden.
In (5a) wordt heb gebruikt als
hoofdwerkwoord: het is het enige werkwoord in de zin en drukt een soort
'bezitsrelatie' uit. In (5b) is heb
een groepsvormend werkwoord: het vormt een werkwoordgroep met het hoofdwerkwoord
schoongemaakt en voegt daar
betekenis aan toe, namelijk dat dit voor het moment van spreken is gebeurd.
In (6a) is werd een hoofdwerkwoord,
namelijk een koppelwerkwoord, net als
werd in (2a) en
geworden in (1a). In (6b) is
het een groepsvormend werkwoord in een passiefconstructie, met
gestuurd als
hoofdwerkwoord.
Vergeten is een hoofdwerkwoord in
(7a) en een groepsvormend werkwoord in (7b). In een bijzin vormt de hele
werkwoordgroep een aaneengesloten reeks aan het einde van de zin, namelijk een
werkwoordelijke eindgroep (zie 18.2.2
voor meer hierover). Vergeten te
sluiten in (7b) is zo'n werkwoordelijke eindgroep,
met vergeten als groepsvormend
werkwoord en te sluiten als
hoofdwerkwoord, aaneengesloten aan het eind van de bijzin. In (7a) volgen
vergeten en
te sluiten elkaar niet
direct op: de deuren staat er
tussen. Vergeten is hier een
hoofdwerkwoord dat een beknopte bijzin als lijdend voorwerp heeft, namelijk
de deuren te sluiten. Deze
bijzin kan eventueel ook door
om voorafgegaan worden.
De meeste werkwoorden in het Nederlands kunnen alleen maar hoofdwerkwoord zijn.
Hieronder geven we nog wat voorbeelden van hoofdwerkwoorden die, net als
vergeten in (7a), een
beknopte bijzin als lijdend voorwerp hebben (8a, 9a en 10a). Anders dan
vergeten kunnen deze
werkwoorden nooit groepsvormend zijn: ze kunnen niet samen met de lange
infinitief een werkwoordelijke eindgroep vormen (8b, 9b en 10b).
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
