18.5.1.4 Zullen met korte infinitief
Zullen met korte infinitief is een erg frequente constructie die met uiteenlopende betekenissen wordt gebruikt. Het meest gewone gebruik is dat als toekomstaanduider. Het groepsvormende werkwoord zullen wordt in die functie traditioneel beschouwd als hulpwerkwoord van tijd (of meer specifiek hulpwerkwoord van toekomende tijd).
In deze paragraaf zullen we niet dieper ingaan op het temporele gebruik van
zullen met korte infinitief.
We verwijzen voor een bespreking van de toekomende werkwoordtijden naar 2.4.8. In 18.5.3.3 vergelijken we het futurale gebruik van
zullen met korte infinitief
met dat van gaan met korte
infinitief.
Toekomstaanduider of niet?
Verdieping
Toekomstaanduider of niet?
Bij taalkundigen lopen de meningen uiteen over de vraag of
zullen met korte
infinitief beschouwd moet worden als een toekomstaanduider of niet. De
discussie tussen Verkuyl & Broekhuis (2013) en Boogaart (2013)
illustreert hoe over de kwestie wordt nagedacht vanuit een formeel dan
wel functioneel perspectief. Verkuyl & Broekhuis (2013) argumenteren
– net zoals later ook de SoD (2015: 1.5.2.II) – dat
zullen uitsluitend
een modaal werkwoord is en geen eigen bijdrage levert aan de temporele
interpretatie van de zin. Boogaart (2013) gaat tegen deze analyse in en
benadrukt het feit dat de modale lezing (in het bijzonder de epistemisch
modale) historisch uit de toekomstlezing ontstaan is en dat beide
lezingen vandaag vaak moeilijk van elkaar te scheiden zijn.
Bij het niet-temporele gebruik van zullen met korte
infinitief zien we een opvallende specialisatie van betekenissen al naargelang
het groepsvormende werkwoord zullen
een presens- of imperfectumvorm heeft. De presensvorm van de constructie, met
name zal/zult/zullen met korte
infinitief, kan epistemische modaliteit uitdrukken (2a) en
wordt daarnaast ook gebruikt in een beperkte aantal directieve contexten (2b) en vraagzinnen (2c).
Bij de imperfectumvorm van de constructie, met ander woorden
zou/zouden met korte
infinitief, onderscheiden we een hypothetisch (3b),
hearsay-evidentieel (3b) en
afzwakkend (3c) gebruik.
In wat volgt gaan we dieper in op de betekenisnuances van het niet-temporele gebruik van
zullen met korte
infinitief. Daarnaast besteden we ook enige aandacht aan
groepsvorming.
Verder lezen
Epistemische modaliteit
Zullen met korte infinitief kan uitdrukken dat
iets waarschijnlijk of in hoge graad aannemelijk is volgens de spreker. We
noemen dat gebruik epistemisch modaal. De inschatting van
de spreker baseert zich op ervaring of algemene kennis. Het epistemische gebruik
van zullen met korte infinitief is
soms moeilijk te onderscheiden van het futurale gebruik, zoals in (4b),
aangezien deze zin over de toekomst gaat. De epistemische lezing krijgt extra
prominentie door toevoeging van het schakeringspartikel
wel, zoals in (4c), of in
combinatie met toestandswerkwoorden, als in (4a) of (4c). Omdat deze zinnen niet
over de toekomst gaan, is zullen
hier onmiskenbaar gebruik in zijn epistemisch modale betekenis.
Directiviteit
In erg beperkte mate kan zullen met korte infinitief
een verplichting, gebod of (met een ontkenning erbij) een verbod uitdrukken. Dat
directieve gebruik is vergelijkbaar met dat
van moeten met korte
infinitief (18.5.1.5),
maar zullen met korte infinitief is
nadrukkelijker. Die vergelijkbare betekenis blijkt uit de nevenschikking van de
groepsvormende werkwoorden moet en
zal in (5b). Het voorbeeld
in (5a) heeft een bijbels karakter en doet formeel en archaïsch aan.
Vraagzinnen
Zullen met een infinitief kan in vraagzinnen
gebruikt worden om een voorstel of suggestie beleefd uit te drukken (6a-6c).
De constructie kan op die manier beschouwd worden als een
hoffelijkheidsmarkeerder. 28.5
Het onderwerp staat hierbij steeds in de eerste persoon
(ik of
wij). Dit soort gebruik komt
vooral voor in het Nederlands-Nederlands. In het Belgisch-Nederlands komt in
deze contexten soms willen met korte
infinitief voor (18.5.1.3).Hypothetisch
De imperfectumvorm van zullen met korte
infinitief drukt vaak geen verleden tijd uit. Met
zou(den) met korte
infinitief kan de spreker onzekerheid uitdrukken over de werkelijkheidsstatus
van de handeling in de zin. De spreker laat hiermee in het midden of de
handeling werkelijk of niet werkelijk is. We noemen dit gebruik
hypothetisch. Zinnen als (7b-7c) zijn typisch in de
nieuwsmedia, om al te grote stelligheid in de berichtgeving te vermijden.
In bepaalde contexten drukt zou(den) met korte
infinitief niet alleen onzekerheid uit of de werking in de zin werkelijk is of
niet, maar dat die handeling door omstandigheden bovendien ook nooit
werkelijkheid kan worden, zoals in (8a-8b). Die specifieke interpretatie noemen
we niet-werkelijk of irrealis (28.2.1.
Het irrealis gebruik van zou(den) met korte
infinitief in conditionele contexten kan gecombineerd worden met een parallelle
zou(den) met korte
infinitief of met de imperfectumvorm van het zelfstandige werkwoord. Zie 28.3.3.2 voor meer details.
Hearsay-evidentialiteit
De imperfectumvorm zou(den) met korte infinitief kan
ook uitdrukken dat de spreker de gegeven informatie ‘van horen zeggen’ heeft en
dus niet kan instaan voor het waarheidsgehalte ervan. De bron van de informatie
kan expliciet aangegeven worden in een bijwoordelijke bepaling met
volgens, zoals in (10c). We
noemen dit gebruik hearsay-evidentieel.
Afzwakkend
De imperfectumvorm zou(den) met korte infinitief
wordt ook gebruikt om een uitspraak af te zwakken (ook wel
mitigerend gebruik genoemd) uit beleefdheid of om te
grote stelligheid te vermijden.
Het is met andere worden als een hoffelijkheidsmarkeerder.
Zou(den) met korte infinitief kan
bijvoorbeeld gebruikt worden om een verzoek in vragende vorm voorzichtig te
formuleren, zoals in (11a), of om een bewering minder stellig uit te drukken,
als in (11b-11c).De voorbeelden illustreren dat afzwakkend zou(den)met
korte infinitief vaak gecombineerd wordt met andere modale werkwoorden, in het
bijzonder willen.
Groepsvorming
Zullen met korte infinitief is verplicht
groepsvormend en vormt een werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen (12a) en in
hoofdzinnen (12b-12c).
De constructie komt maar zelden voor in het bereik van een andere groepsvormend werkwoord zie
18.8
, waardoor zinnen als (12b-12c) relatief zeldzaam zijn. Zin (12c)
illustreert dat de constructie het IPP-effect vertoont.
Het IPP-effect bij zullen is
beperkt tot irrealis
had(den) en lijkt enkel
in het Nederlands-Nederlands voor te komen. Zie 18.7 voorbeeld (21c) voor een meer uitvoerige
bespreking van deze beperking.
Literatuur
Droste 1958-1959, Ebeling 1962, Kirsner 1969, Niekerk 1972, Wekker 1974, Van Campenhout 1974,
Evers & Scholten 1980, Jansen 1989, Colleman 2000, Harmes 2006, 2014, 2017,
Diepeveen et al. 2006, Roels et al. 2007, Verkuyl & Broekhuis 2013, Boogaart
2013, Byloo & Nuyts 2013, Nuyts et al. 2020
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Evie Coussé | juli 2022 | |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | 18.5.4.4.ii.f,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/04/02/06/body.html;18.5.4.4.iii.f,/data/archief/ans2/e-ans/18/05/04/04/03/06/body.html; |
| 1.0 | G. Geerts, Walter Haeseryn, J.J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1984 | 8.6.3.5 |
