21.5 Het middenstuk
Het middenstuk bevindt zich tussen de beide polen van de zin:
| eerste zinsplaats | |eerste pool| | middenstuk | |tweede pool| | laatste zinsplaats |
Dit gedeelte van de zin kan worden bezet door meerdere zinsdelen. In dit opzicht
wijkt het middenstuk af van de eerste zinsplaats. Verder kunnen zinsdelen in het
middenstuk van elk denkbaar constituenttype zijn. In dat opzicht wijkt het
middenstuk af van de laatste zinsplaats. De onderlinge volgorde van de
zinsdelen in het middenstuk wordt bij zinnen met een neutrale beklemtoning
bepaald door het links-rechtsprincipe: zinsdelen met een hoge
nieuwswaarde staan in de rechterhelft van het middenstuk; zinsdelen die minder
nieuwswaardig zijn in de linkerhelft. Op het grensvlak tussen die twee helften
bevinden zich bijwoordelijke bepalingen, mits die aanwezig zijn in een gegeven
zin. Bepalingen die betrekking hebben op de gehele zin (de zogenaamde
zinsbepalingen) staan daarbij links van bepalingen die
betrekking hebben op het gezegde (de zogenaamde
gezegdebepalingen).
Met speciale nadruk kan zo'n bepaling echter ook in de linkerhelft van het
middenstuk staan, waarbij het links-rechtsprincipe wordt geschonden. Zinnen
waarin dit gebeurt ontberen dan ook het genoemde neutrale klemtoonverloop.
Naast het links-rechtsprincipe gelden er in het middenstuk zeker ook enkele
absolute volgorderegels die niet kunnen worden geschonden. Zoals beschreven in
de eerste pool en wat daarbij aansluit staan
gereduceerde voornaamwoorden en voornaamwoordelijke bijwoorden in het middenstuk
altijd (vrijwel) uiterst links, dat wil zeggen, direct achter de eerste pool of,
wanneer het subject links in het middenstuk staat, direct daarachter. Andere
elementen, te weten inherente zinsdelen en een aantal losse adposities staan in
het middenstuk juist uiterst rechts, dus vlak voor de tweede pool, zoals
beschreven in de tweede pool en wat daarbij aansluit. Ook verplicht
aanwezige zinsdelen zoals het subject (onderwerp) en de objecten (lijdend,
meewerkend voorwerp et cetera) vertonen een min of meer vaste onderlinge
volgorde. Deze basisvolgorde is bij uitstek zichtbaar in
zogenaamde nieuwszinnen waarin de zinsdelen in kwestie deel uitmaken van de
informatieve kern van de zin en dus in de rechterhelft van het middenstuk staan.
Het subject gaat daarbij vooraf aan de objecten. Het wordt gevolgd door het
(nominale) indirect object, wat op zijn beurt weer gevolgd wordt door het direct
of oorzakelijk object. Hierna kan nog een voorzetselobject of het
(prepositionele) indirect object komen.
Subject, objecten en gezegdebepalingen behoren lang niet altijd tot de
informatieve kern van de zin en kunnen dus ook in de linkerhelft van het
middenstuk staan. Daarbij speelt de basisvolgorde een belangrijke rol: het
direct object kan bijvoorbeeld alleen in de linkerhelft staan als het subject
daar ook staat. De onderlinge volgorde van dit soort zinsdelen in de linkerhelft
stemt bij neutrale beklemtoning overeen met de basisvolgorde. Hij kan daar
echter ook van afwijken; in dat geval wordt het neutrale klemtoonverloop
eveneens doorbroken.
Verder lezen
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | M. van de Visser | augustus 2019 |
