Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.5 Het middenstuk
Het middenstuk bevindt zich tussen de beide polen van de zin:
eerste zinsplaats |eerste pool| middenstuk |tweede pool| laatste zinsplaats
Dit gedeelte van de zin kan worden bezet door meerdere zinsdelen. In dit opzicht wijkt het middenstuk af van de eerste zinsplaats. Verder kunnen zinsdelen in het middenstuk van elk denkbaar constituenttype zijn. In dat opzicht wijkt het middenstuk af van de laatste zinsplaats. De onderlinge volgorde van de zinsdelen in het middenstuk wordt bij zinnen met een neutrale beklemtoning bepaald door het links-rechtsprincipe: zinsdelen met een hoge nieuwswaarde staan in de rechterhelft van het middenstuk; zinsdelen die minder nieuwswaardig zijn in de linkerhelft. Op het grensvlak tussen die twee helften bevinden zich bijwoordelijke bepalingen, mits die aanwezig zijn in een gegeven zin. Bepalingen die betrekking hebben op de gehele zin (de zogenaamde zinsbepalingen) staan daarbij links van bepalingen die betrekking hebben op het gezegde (de zogenaamde gezegdebepalingen). Met speciale nadruk kan zo'n bepaling echter ook in de linkerhelft van het middenstuk staan, waarbij het links-rechtsprincipe wordt geschonden. Zinnen waarin dit gebeurt ontberen dan ook het genoemde neutrale klemtoonverloop.
Naast het links-rechtsprincipe gelden er in het middenstuk zeker ook enkele absolute volgorderegels die niet kunnen worden geschonden. Zoals beschreven in de eerste pool en wat daarbij aansluit staan gereduceerde voornaamwoorden en voornaamwoordelijke bijwoorden in het middenstuk altijd (vrijwel) uiterst links, dat wil zeggen, direct achter de eerste pool of, wanneer het subject links in het middenstuk staat, direct daarachter. Andere elementen, te weten inherente zinsdelen en een aantal losse adposities staan in het middenstuk juist uiterst rechts, dus vlak voor de tweede pool, zoals beschreven in de tweede pool en wat daarbij aansluit. Ook verplicht aanwezige zinsdelen zoals het subject (onderwerp) en de objecten (lijdend, meewerkend voorwerp et cetera) vertonen een min of meer vaste onderlinge volgorde. Deze basisvolgorde is bij uitstek zichtbaar in zogenaamde nieuwszinnen waarin de zinsdelen in kwestie deel uitmaken van de informatieve kern van de zin en dus in de rechterhelft van het middenstuk staan. Het subject gaat daarbij vooraf aan de objecten. Het wordt gevolgd door het (nominale) indirect object, wat op zijn beurt weer gevolgd wordt door het direct of oorzakelijk object. Hierna kan nog een voorzetselobject of het (prepositionele) indirect object komen.
Subject, objecten en gezegdebepalingen behoren lang niet altijd tot de informatieve kern van de zin en kunnen dus ook in de linkerhelft van het middenstuk staan. Daarbij speelt de basisvolgorde een belangrijke rol: het direct object kan bijvoorbeeld alleen in de linkerhelft staan als het subject daar ook staat. De onderlinge volgorde van dit soort zinsdelen in de linkerhelft stemt bij neutrale beklemtoning overeen met de basisvolgorde. Hij kan daar echter ook van afwijken; in dat geval wordt het neutrale klemtoonverloop eveneens doorbroken.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links