21.9.4 Zinstype 2b
In zinnen van zinstype 2b staat de persoonsvorm (pv) altijd
in de tweede pool, net als bij zinstype 2a. De eerste pool wordt altijd gevuld met een
onderschikkend voegwoord en de eerste zinsplaats blijft verplicht leeg:
| |onderschikkend voegwoord| | middenstuk | |persoonsvorm| | laatste zinsplaats |
Dit zinstype fungeert meestal als afhankelijke zin: (Emma is
boos op haar broertje) |omdat| hij ongevraagd de wifi |heeft
uitgeschakeld|, |doordat|
hij dat |gedaan had| (was Emma urenlang niet te
bereiken). Als zelfstandige zin komt het zinstype
voor als wenszin of uitroepende zin (|Als| we zoiets in de
toekomst maar |kunnen voorkomen|.
|Dat| ze dat niet eerder door
|had|!)
Verder lezen
Afhankelijke zinnen van het type 2b
Zinnen van het type 2b zijn doorgaans afhankelijke zinnen. Het onderschikkend
voegwoord in de eerste pool legt een link met de bevattende zin:
Verschillende syntactische functies vereisen verschillende onderschikkende
voegwoorden: afhankelijke zinnen die als subject (onderwerp) of
direct/oorzakelijk object (lijdend/oorzakelijk voorwerp) fungeren, beginnen met dat (1a) of of: (gevraagd werd) |of| Karel al klaar
|was|. De overige onderschikkende voegwoorden
horen bij afhankelijke zinnen die als bijwoordelijke bepaling fungeren:
bijvoorbeeld hoewel in (1b) voor een bepaling van toegeving en terwijl in (1c) voor een bepaling van tijd. Een uitzondering hierop vormen
enkele vergelijkende en toegevende zinnen van zinstype 1a. Het complement van een substantief zoals vraag in (1d) kan met of beginnen.
Beknopte
bijzinnen hebben dezelfde woordvolgorde als de gewone zinnen van type
2b, zij het dat ze soms hun eigen voegwoord hebben. Ook ontbreken er elementen,
zoals het subject, de persoonsvorm en soms het voegwoord om, zoals beschreven in [19.3.3]. Enkele voorbeelden zijn:
Deze voorbeelden hebben de volgende tegenhangers met volledige bijzinnen:
(ze droeg haar broertje op) |dat| hij het speelgoed
op |moest ruimen|,
|alvorens| je zo'n belangrijke stap |zet|, (moet je
alles goed overdacht hebben) en
|nadat| je zwaar |hebt gegeten|, (is het fijn om
een dutje te kunnen doen).
Zelfstandige zinnen van het type 2b
De woordvolgorde van zinstype 2b is kenmerkend voor afhankelijke zinnen, maar er
zijn ook zelfstandige zinnen met dat of of in de eerste pool en de persoonvorm in de tweede pool. De eerste
categorie (dat-zinnen) heeft de volgende verschijningsvormen:
De wenszinnen in (3) zijn te vergelijken met de wenszinnen met een conjunctief
van het type 1a en 1b. De (informele) zin in (3b) is vooral in het
Belgisch Nederlands gebruikelijk. De variant in (3c) behoort tot de
standaardtaal in het hele taalgebied. De uitroepende zinnen in (4) geven de
emotie van de spreker weer en zijn te vergelijken met de volgende, typisch
Nederlandse uitroepen:
In dit soort zinnen
wordt een sterk benadrukte constituent gevolgd door een dat-zin van het type 2b. Deze gevallen worden nader besproken in [23·5·2·3] en [23·5·2·4]. Een zin als de volgende onderscheidt zich van dit type
doordat het element niet aan het begin niet beklemtoond wordt:
6(Heeft er nog iemand
gebeld? Niet) |dat| ik |weet|.
De tweede categorie (of-zinnen) betreft eveneens uitroepende zinnen, en wel van het volgende
soort:
Het voegwoord of krijgt hier het belangrijkste zinsaccent.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | M. van de Visser | augustus 2019 |
