Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
21.9.4 Zinstype 2b
In zinnen van zinstype 2b staat de persoonsvorm (pv) altijd in de tweede pool, net als bij zinstype 2a. De eerste pool wordt altijd gevuld met een onderschikkend voegwoord en de eerste zinsplaats blijft verplicht leeg:
|onderschikkend voegwoord| middenstuk |persoonsvorm| laatste zinsplaats
Dit zinstype fungeert meestal als afhankelijke zin: (Emma is boos op haar broertje) |omdat| hij ongevraagd de wifi |heeft uitgeschakeld|, |doordat| hij dat |gedaan had| (was Emma urenlang niet te bereiken). Als zelfstandige zin komt het zinstype voor als wenszin of uitroepende zin (|Als| we zoiets in de toekomst maar |kunnen voorkomen|. |Dat| ze dat niet eerder door |had|!)
Verder lezen
Afhankelijke zinnen van het type 2b
Zinnen van het type 2b zijn doorgaans afhankelijke zinnen. Het onderschikkend voegwoord in de eerste pool legt een link met de bevattende zin:
1Afhankelijke zinnen met een onderschikkend voegwoord
a(Beloof je) |dat| je het niet verder |zult vertellen|?
b(Karel begreep wel dat hij op moest schieten,) |hoewel| Emma eigenlijk ook nog lang niet klaar |was|.
c|Terwijl| Bertus ijverig |studeert |, (zit z'n broer maar wat te gamen.)
d(Er werd nagedacht over [de vraag) [of |Ø| het programma twee uur |zou mogen duren|]].
Verschillende syntactische functies vereisen verschillende onderschikkende voegwoorden: afhankelijke zinnen die als subject (onderwerp) of direct/oorzakelijk object (lijdend/oorzakelijk voorwerp) fungeren, beginnen met dat (1a) of of: (gevraagd werd) |of| Karel al klaar |was|. De overige onderschikkende voegwoorden horen bij afhankelijke zinnen die als bijwoordelijke bepaling fungeren: bijvoorbeeld hoewel in (1b) voor een bepaling van toegeving en terwijl in (1c) voor een bepaling van tijd. Een uitzondering hierop vormen enkele vergelijkende en toegevende zinnen van zinstype 1a. Het complement van een substantief zoals vraag in (1d) kan met of beginnen.
Beknopte bijzinnen hebben dezelfde woordvolgorde als de gewone zinnen van type 2b, zij het dat ze soms hun eigen voegwoord hebben. Ook ontbreken er elementen, zoals het subject, de persoonsvorm en soms het voegwoord om, zoals beschreven in [19.3.3]. Enkele voorbeelden zijn:
2Beknopte bijzinnen
a(Ze droeg haar broertje op) |(om)| het speelgoed op |te ruimen|.
b|Alvorens| zo'n belangrijke stap |te zetten|, (moet je alles goed overdacht hebben.)formeel
c|Na| zwaar |te hebben gegeten|, (is het fijn om een dutje te kunnen doen.)
Deze voorbeelden hebben de volgende tegenhangers met volledige bijzinnen: (ze droeg haar broertje op) |dat| hij het speelgoed op |moest ruimen|, |alvorens| je zo'n belangrijke stap |zet|, (moet je alles goed overdacht hebben) en |nadat| je zwaar |hebt gegeten|, (is het fijn om een dutje te kunnen doen).
Zelfstandige zinnen van het type 2b
De woordvolgorde van zinstype 2b is kenmerkend voor afhankelijke zinnen, maar er zijn ook zelfstandige zinnen met dat of of in de eerste pool en de persoonvorm in de tweede pool. De eerste categorie (dat-zinnen) heeft de volgende verschijningsvormen:
3Wenszinnen
a|Dat| het je goed |mag gaan|!
b|Dat| hij nu maar vlug |komt|!Belgisch Nederlands, informeel
c|Als| hij nu maar vlug |komt|!
4Uitroepende zinnen (met dat)
a|Dat| hij daar nú pas aan |gedacht heeft|!
b|Dat| je zoiets |kunt zeggen|!
c(Zij verkeert al heel lang in moeilijkheden.) |Dat| ze daar nooit iets van |heeft laten merken|!
De wenszinnen in (3) zijn te vergelijken met de wenszinnen met een conjunctief van het type 1a en 1b. De (informele) zin in (3b) is vooral in het Belgisch Nederlands gebruikelijk. De variant in (3c) behoort tot de standaardtaal in het hele taalgebied. De uitroepende zinnen in (4) geven de emotie van de spreker weer en zijn te vergelijken met de volgende, typisch Nederlandse uitroepen:
5a(Wárm) |dat| het daar |was|!Nederlands-Nederlands, informeel
b(Líegen) |dat| hij |doet/kan|!Nederlands-Nederlands, informeel
c(Stómmeling) |dat| je |bent|!Nederlands-Nederlands, informeel
In dit soort zinnen wordt een sterk benadrukte constituent gevolgd door een dat-zin van het type 2b. Deze gevallen worden nader besproken in [23·5·2·3] en [23·5·2·4]. Een zin als de volgende onderscheidt zich van dit type doordat het element niet aan het begin niet beklemtoond wordt:
6(Heeft er nog iemand gebeld? Niet) |dat| ik |weet|.
De tweede categorie (of-zinnen) betreft eveneens uitroepende zinnen, en wel van het volgende soort:
7Uitroepende zinnen (met of)
a|Óf| zij het prettig |vindt | om naar Londen te gaan! (En of!) (= 'ze vindt het heel prettig om...')
b|Óf| ik het |weet|! (= 'ik weet het natuurlijk')
Het voegwoord of krijgt hier het belangrijkste zinsaccent.
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. van de Visser augustus 2019
    Interessante links